DOELSTELLINGEN VAN DE ORGANISATIE

Iedere school heeft een eigen identiteit waarin de nadruk op  verschillende factoren kan liggen. Dit kan invloed hebben op de vormgeving van de organisatie. Hieronder worden vier mogelijke factoren besproken: brede scholen, bijzonder of openbaar onderwijs en differentiatie.

Brede scholen

In een brede school worden verschillende maatschappelijke organisaties betrokken . Door verbindingen te maken tussen binnen- en buitenschools leren wordt geprobeerd om onderwijsachterstanden te bestrijden.[1] Zo gaan scholen bijvoorbeeld de verbinding aan met de (kinder)opvang, peuterspeelzaal, bibliotheek, GGD, sport- en/of cultuurinstellingen, buurtwerk/huizen of jeugdwelzijnswerk.[2] Onderzoek wijst uit dat brede scholen die samenwerken met externe organisaties beter kunnen inspelen op wat een kind nodig heeft. Door de brug te slaan tussen onderwijs en externe organisaties kunnen schoolprestaties van kinderen worden verhoogd en kan spijbelen worden teruggedrongen.[3] Doordat de school de samenwerking aangaat met de gemeenschap, zal de school ook een belangrijkere positie innemen in de buurt.[4]

Tips & tricks

Verbinding zoeken met de buurt is niet voor iedere leerkracht vanzelfsprekend en wordt vaak ten onrechte gezien als veel extra werk. Organiseer bijvoorbeeld eens een middag waarop maatschappelijke organisaties of bedrijven uit de buurt op de school langs komen. Door gesprekken met elkaar kunnen mooie initiatieven ontstaan, die de leerkracht niet veel extra werk opleveren. Veel werkzaamheden kunnen bijvoorbeeld ook worden opgepakt door een eventmanager.

Bijzonder of openbaar onderwijs

In Nederland is er onderscheid tussen bijzonder en openbaar onderwijs. Binnen het bijzonder onderwijs vallen scholen met verschillende denominaties en concepten. Scholen hebben vrijheid van inrichting, waardoor ook een openbare school een conceptschool kan zijn.

Uit onderzoek komt naar voren dat bijzondere scholen de segregatie in de meeste gemeenten versterken. Vooral basisscholen met een religieuze grondslag, zoals de islamitische, joodse of hindoestaanse grondslag, dragen bij aan etnische segregatie.[5] Een oorzaak van segregatie naar denominatie zou kunnen zijn dat bijzondere scholen leerlingen mogen weigeren op basis van grondslag. Deze mogelijkheid tot weigeren kan in specifieke gevallen een drempel opwerpen en leiden tot kansenongelijkheid. Openbare scholen staan daarentegen expliciet open voor alle kinderen.[6]

Daarnaast versterken conceptscholen, zoals montessori- en vrijescholen, de segregatie in opleidingsniveau van ouders.[7] Het aantal concept- of profielscholen en het aantal leerlingen dat daarnaartoe gaat, zijn in de afgelopen 20 jaar exponentieel gestegen.[8] De voorkeur van de ouders voor een bepaalde conceptschool speelt een grote rol in de segregatie naar concept.[9]

In de ideale situatie, waarin sprake is van kansengelijkheid, bestaat er geen drempel voor kinderen om naar een bepaalde soort onderwijs te gaan. De toegang zou er voor iedereen moeten zijn. Scholen zouden dan geen drempel moeten opwerpen, zoals een hoge ouderbijdrage, om deze toegang te verkrijgen.

Differentiëren

Tot slot verschillen scholen binnen hun visie op het onderwerp ‘differentiëren’. Differentiatie wordt omschreven als het afstemmen van het onderwijs op de verschillen tussen kinderen om het voor ieder kind betekenisvol te laten zijn.[10] Bij deze afstemming is het van belang dat het onderwijs passend is bij de zone van naaste ontwikkeling.[11] Hierbij krijgt een kind onderwijs dat net boven het eigen niveau ligt en begeleiding om het daarna zelf te kunnen.[12]

Bij differentiatie kan onderscheid gemaakt worden in differentiatie op macro-, meso- en microniveau.[13] Op macroniveau wordt gedifferentieerd tussen verschillende soorten scholen, zoals speciaal onderwijs en scholen voor hoogbegaafde kinderen. Deze vorm van differentiatie is voornamelijk terug te zien in het voortgezet onderwijs, waarbij onderscheid wordt gemaakt in niveaus (vmbo, havo en vwo). Op mesoniveau wordt gedifferentieerd tussen klassen binnen een school. Hierbij kan gedacht worden aan onderscheid in plusklassen en tweetalig onderwijs, maar ook  tussen homogene en heterogene groepen. In heterogene groepen is er een brede diversiteit in niveau en in homogene groepen hebben kinderen een gelijkwaardig niveau.[14] In heterogene groepen kunnen kinderen door de verschillen tussen elkaar veel van elkaar leren.[15] Op microniveau wordt gedifferentieerd binnen een klas op de inhoud, leermaterialen, leeractiviteiten en producten.[16] Binnen het primair onderwijs is voornamelijk differentiatie op micro- en mesoniveau terug te zien.

‘Ons uitgangspunt is dat we ieder kind steeds op het juiste niveau aanspreken. Als dat betekent dat als we in het basisonderwijs in de heterogene groep een aangepast lesprogramma moeten aanbieden, dat we dat dan doen.’[17]

Vanuit het passend onderwijs is differentiëren een mooi ideaal om tegemoet te komen aan de verschillen tussen alle kinderen. Toch kunnen er verschillende kanttekeningen worden geplaatst bij differentiëren. Zo benoemt de Onderwijsraad dat we te maken hebben met ‘doorgeschoten differentiatie in het onderwijsstelsel’ op alle drie de niveaus.[18] Differentiatie zorgt in veel gevallen voor segmentering, waardoor kansenongelijkheid ontstaat.[19]Vaak hebben achtergrondkenmerken namelijk invloed op de schoolprestaties en/of is er sprake van stigmatisering, waarbij achtergrondkenmerken invloed hebben op de kansen in differentiatie.[20] De Onderwijsraad pleit dan ook voor verminderde differentiatie en verbeterde doorstroommogelijkheden.

Het is vaak de onderwijsprofessional die de keuze maakt op welk niveau een kind ingedeeld zou moeten worden. Bij iedere overgang wordt een inschatting gemaakt van potentie en succeskansen. Die inschatting wordt alleen beïnvloed door de verwachtingen van de onderwijsprofessional(s).[21] Hierdoor kunnen kinderen met een gelijke aanleg verschillende kansen geboden krijgen vanwege achtergrondkenmerken.[22] Het is dan ook belangrijk dat de onderwijsprofessional zich ervan bewust is dat de eigen verwachtingen invloed kunnen hebben op de inschatting van het niveau van een kind. Wanneer de achtergrondkenmerken van een kind mee worden genomen in de inschatting, kan dit kansenongelijkheid veroorzaken.

Differentiëren is ook niet altijd noodzakelijk. Doordat kinderen zich aan elkaar kunnen optrekken, zijn verschillen in niveau overbrugbaar. Voornamelijk voor de zwakkere kinderen kan differentiëren naar niveau leiden tot ongelijke kansen.[23] Zo moeten sommige kinderen een groep dubbel doen. Voornamelijk kinderen uit gezinnen met een laag inkomen hebben een relatief grote kans om te blijven zitten. Het blijven zitten blijkt echter niet goed te zijn voor de gelijke kansen in het onderwijs.[24] Het is dan belangrijk om bij differentiëren af te wegen of het noodzakelijk is voor het behalen van een passend diploma. Het moet dus zowel toekomen aan de behoefte van het kind als aan de opdracht van het onderwijs.

Als je leerlingen samen (…) in één klas zet, die echter niet allen de aangeboden leerstof kunnen beheersen (omwille van verschillen in abstractievermogen), dan leidt dat alleen tot meer gelijkheid (minder spreiding) voor kennis en vaardigheden die iedereen wel kan beheersen (bv. basiskennis). – Wim Van den Broeck[25]

Toch kan differentiëren op alle niveaus ook positief zijn voor gelijke kansen in het onderwijs. Hierbij is wel van groot belang dat de onderwijsprofessional zich bewust is van drie zaken. Allereerst moet de professional zich bewust zijn van de verschillende achtergrondkenmerken die kinderen hebben en dat deze kenmerken de eigen inschatting beïnvloeden. Ten tweede moet de differentiatie zowel tegemoetkomen aan de behoeften van een kind als aan de opdracht van het onderwijs. Tot slot is het heel waardevol om de ouders te betrekken in mogelijke veranderingen die het gevolg zijn van differentiatie. Wanneer de professional zich hier bewust van is, kan doorgeschoten differentiatie binnen het onderwijs mogelijk makkelijker vermeden worden.

Scholen waarin leerlingen niet alleen als een cijfer worden gezien, waar respect is voor hen, naar hen wordt geluisterd, waar mogelijk wordt overlegd en waar zo weinig mogelijk wordt gestraft, bevorderen de sociale ontwikkeling van kinderen. – Jan van der Ploeg[26]

Door de huidige relatief hoge werkdruk wordt niet altijd tijd besteed aan de verschillen tussen kinderen. Een leerkracht moet vaak een keuze maken waar hij zijn schaarse tijd aan besteedt. Vaak gaat de tijd op aan andere dingen dan differentiatie. Om de werkdruk te verlagen, heeft het kabinet sinds schooljaar 2018-2019 extra geld beschikbaar gesteld.[27] Dit wordt door scholen bijvoorbeeld ingezet voor een (extra) onderwijsassistent, een (extra) groepsleerkracht, een (extra) vakleerkracht, een (extra) teamondersteuner of ICT-middelen.[28] Door hierop in te zetten, kan er wel tijd worden gemaakt om in te zetten op differentiëren.

Tips & Tricks

De kans bestaat dat kinderen veranderingen ervaren door differentiatie. ‘Een jaar in de plusklas is niet altijd een garantie dat een kind het jaar erop daar nog steeds heen mag’. Juist in kwetsbare momenten in het onderwijs, zoals bij veranderingen, kan de steun en kennis van ouders verschil maken. Het is daarom belangrijk dat de school en ouders op één lijn zitten en samenwerken.

[1] Y. Emmelot, I. Van der Veen, and G. Ledoux, ‘De Brede School: Kenmerken, Verwachtingen En Mogelijkheden’, Pedagogiek, 26.1 (2006), 64–81.

[2] Loket gezond Leven, Wat Is Een Brede School?, 2019; M. Heers and others, ‘Community Schools Unfolded: A Review of the Literature’, in TIER Working Paper Series, 12 (04), 2011, pp. 1–36.

[3] Emmelot, Van der Veen, and Ledoux.

[4] Heers and others.

[5] W. Boterman and I. de Wolf, ‘Woonsegregatie Bepaalt in Grote Mate Schoolsegregatie’, ESB, 103.4768 (2018), 536–39.

[6] ‘Artikel 23 van de Grondwet’, 2019 <https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001840&hoofdstuk=1&artikel=23&z=2018-12-21&g=2018-12-21%0A>.

[7] Inspectie van het Onderwijs, De Staat van Het Onderwijs.

[8] Inspectie van het Onderwijs, De Staat van Het Onderwijs.

[9] E. Denessen, G. Driessena, and P. Sleegers, ‘Segregation by Choice? A Study of Group‐specific Reasons for School Choice’, Journal of Education Policy, 20(3) (2005), 347–68; D. Jongejan and J. Tijs, ‘Prima, Maar Niet Voor Mijn Kind’: Opleidingsniveau En Houding Ten Aanzien van Zwarte Scholen Onder Autochtone Nederlandse Ouders’, Migrantenstudies, 26 (2010), 2–20.

[10] de Ruijter.

[11] Lev Vygotsky, ‘Interaction between Learning and Development’, Readings on the Development of Children, 23.3 (1978), 34–41.

[12] S. Chaiklin, ‘The Zone of Proximal Development in Vygotsky’s Analysis of Learning and Instruction’, Vygotsky’s Educational Theory in Cultural Context, 1 (2003), 39–64.

[13] E. J. P. G. Denessen, ‘Verantwoord Omgaan Met Verschillen: Sociale-Culturele Achtergronden En Differentiatie in Het Onderwijs’, 2017.

[14] B. Belfi, B. De Fraine, and J. Van Damme, De Klas: Homogene of Heterogene Samenstelling? (Acco; Leuven, 2010).

[15] P. Van Avermaet and S. Sierens, ‘Van de Periferie Naar de Kern. Omgaan Met Diversiteit in Onderwijs’, N. Clycq, B. Segaert, & C. Timmerman, Cultuuroverdracht En Onderwijs in Een Multiculturele Context. Academia Press: Gent, 2012.

[16] Denessen.

[17] B. J. Kollmer, Individueel Gesprek Bestuurders.

[18] Onderwijsraad.

[19] H. G. Van de Werfhorst, ‘Maatwerk Voor de Leerling Maakt de Sociale Ongelijkheid Juist Groter’, 2016 <https://www.nrc.nl/nieuws/2016/12/08/maatwerk-voor-de-leerling-maakt-de-ongelijkheid-juist-groter-a1535571>.

[20] Denessen.

[21] Ministerie van OCW, Kamerbrief over Actieplan Gelijke Kansen in Het Onderwijs.

[22] de Ruijter.

[23] W. Van den Broeck, ‘Vlaams Onderwijs, Let Op Uw Zaak’, B. Bouckaert (Red.). Visie (s) Op Onderwijs. Pelckmans. Kalmthout, 2014.

[24] UNICEF.

[25] Wim Van den Broeck and Vakgroep Klinische en Levenslooppsychologie, ‘Sociale Ongelijkheid in Het Vlaamse Onderwijs’, Onderzoeksrapport Op Grond van PISA-En TIMSS-Studies.(VUB), 2014, 5.

[26] Van der Ploeg.

[27] Rijksoverheid, Werkdruk Leraren Basisonderwijs Verminderen, 2019.

[28] DUO, Rapportage Onderzoek Effecten Werkdrukakkoord, 2019.

Plaats een reactie