BESCHIKBARE MIDDELEN

(Extra)ondersteuning

Met de invoering Wet passend onderwijs is in scholen meer aandacht gekomen voor het bieden van onderwijs dat toegemoetkomt aan de behoeften van kinderen, en zo ook aan kansengelijkheid.[1] Dit wordt op verschillende manieren vormgegeven,  bijvoorbeeld met een observatieklas, een schakelklas, een plusklas, een kopklas, een weekendschool, een taalklas, een onderwijsassistent of zelfs door inzet van een GGD-arts. In hoeverre een school deze faciliteiten inzet, hangt samen met de beschikbare gelden en met de visie op differentiatie (zie 2.1.3).

ICT-middelen

Bij het gebruik van ICT-middelen in het onderwijs wordt al snel gedacht aan de 21e -eeuwse vaardigheden.[2] De 21e-eeuwse vaardigheden worden beschreven als vaardigheden die nodig zijn om succesvol deel te kunnen nemen aan de maatschappij.[3] De 21e-eeuwse vaardigheden zijn niet opgenomen in de kerndoelen, maar worden toch door veel scholen wel als leidraad gebruikt voor het ontwerpen van onderwijs. De digitale middelen kunnen gebruikt worden om beter aan te sluiten bij de belevingswereld van een kind, om passende feedback te geven, om gemakkelijker te kunnen differentiëren en om positief gedrag te stimuleren.[4] Zo kunnen kinderen bijvoorbeeld met ICT-middelen een opgenomen instructie nog eens terugkijken of kunnen ze opdrachten maken die passend zijn bij het eigen niveau. Hierdoor kan er beter worden aangesloten bij de behoeften van een kind en passendere kansen worden geboden. Dit kan zorgen voor grotere betrokkenheid van de kinderen en daarmee ook voor minder uitval.[5]

Toch hebben niet alle scholen geld voor deze digitale middelen of willen ze geen geld hieraan besteden. Scholen mogen een vrijwillige ouderbijdrage vragen om ICT-middelen te bekostigen, maar dit heeft een negatief effect op de kansengelijkheid. Daarnaast gaven leerkrachten vier jaar geleden nog aan dat ze zich onvoldoende toegerust voelden om deze vaardigheden vorm te geven in het onderwijs.[6] Het is daarom aan de organisatie om de leerkrachten eerst voldoende te scholen in hoe de digitale middelen werken en hoe ze die op een effectieve manier  kunnen inzetten voordat ICT effectief kan worden ingezet ter bevordering van kansengelijkheid.

Groepsgrootte

Relatief weinig onderzoek is gedaan naar in hoeverre de groepsgrootte invloed heeft op de leerresultaten. In 1998 bleek uit een onderzoek dat de leesprestaties van kinderen lager waren in een groep met meer dan 20 kinderen.[7] Tevens zouden leerkrachten met meer ervaring in kleine groepen betere leerresultaten verkrijgen dan beginnende leerkrachten.[8] Een verklaring hiervoor zou kunnen zijn dat de kwaliteit van de instructie in kleine groepen hoger is.[9]

Nergens is vastgelegd hoeveel kinderen maximaal in een klas mogen zitten. Gemiddeld zaten in 2017 23,1 kinderen in een klas.[10] Minister Arie Slob voor OCW gaf pasgeleden in de Tweede Kamer aan dat schoolbesturen de leerkrachten en de ouders mee moeten kunnen laten praten over de klassenomvang.[11] Het is dan ook belangrijk om bij het bepalen van klassenomvang rekening te houden met de behoefte van het kind. Iedere school en klas en elk kind is anders en heeft dan ook behoefte aan een andere omvang van de klas. Alle betrokkenen zouden zich af moeten vragen welke groepsgrootte het beste tegemoetkomt aan de kansen voor ieder kind.

[1] Ministerie van OCW, Twaalfde Voortgangsrapportage Passend Onderwijs, 2018.

[2] A. Thijs, P. Fisser, and M. Hoeven, 21e Eeuwse Vaardigheden in Het Curriculum van Het Funderend Onderwijs (Enschede, 2014).

[3] G. Ledoux and others, ‘Meetinstrumenten Voor Sociale Competenties, Metacognitie En Advanced Skills’, Een Inventarisatie. Amsterdam: Kohnstamm Instituut, 2013.

[4] C. I. Muntean, ‘Raising Engagement in E-Learning through Gamification’, in Proc. 6th International Conference on Virtual Learning ICVL, 2011, i; Iris Korthagen and Ira van Keulen, ‘Digitale Burgerbetrokkenheid: Kansen En Dilemma’s’, Christen Democratische Verkenningen, 2016; D. Kerr, ‘Teaching Autonomy: The Obligations of Liberal Education in Plural Societies’, Studies in Philosophy and Education, 25.6 (2006), 425–56.

[5] M. Laschke, M. Hassenzahl, and S. Diefenbach, ‘Things with Attitude: Transformational Products’, in Create11 Conference, 2011, pp. 1–2; P. Wouters and others, ‘A Meta-Analysis of the Cognitive and Motivational Effects of Serious Games.’, Journal of Educational Psychology, 105.2 (2013), 249.

[6] Thijs, Fisser, and Hoeven.

[7] R. J. Bosker, ‘The Class Size Question in Primary Schools: Policy Issues, Theory, and Empirical Findings from the Netherlands’, International Journal of Educational Research, 29.8 (1998), 763–78.

[8] Steffen Mueller, ‘Teacher Experience and the Class Size Effect—Experimental Evidence’, Journal of Public Economics, 98 (2013), 44–52.

[9] Mueller.

[10] Rijksoverheid, Hoe Is de Groep van Mijn Kind Op de Basisschool Samengesteld?, 2019.

[11] Rijksoverheid, Schoolbestuur Moet Leraren En Ouders Advies Vragen over Groepsgrootte, 2019.

Plaats een reactie